Waarom mensen detransiteren
Detransitie is een eigen route, geen falen. Mensen stoppen of draaien terug om uiteenlopende redenen — sommige liggen in henzelf, andere in wat een transitie hen heeft gekost. Eerlijke aandacht hiervoor is een vorm van zorg.
Trauma en comorbiditeit
In de enquête van Littman (2021) onder 100 zichzelf aangemelde detransitioners noemde 38 procent het inzicht dat de genderdysforie een specifieke oorzaak had, zoals trauma of een psychische aandoening (bron).
Lichamelijke gevolgen
In dezelfde enquête noemde 49 procent zorgen over mogelijke medische complicaties en 40 procent ontevredenheid over de lichamelijke resultaten (bron).
Cijfers per ingreep — complicaties, uitkomsten en prevalentie, met bron — vind je op genderrisico.nl.
Sociale druk
Volgens de Cass Review noemde 23 procent van de deelnemers aan Littmans enquête homofobie of moeite met het accepteren van zichzelf als lesbisch, homo of biseksueel als reden voor de transitie en de latere detransitie (bron).
Wat zegt het onderzoek over redenen?
Littman (2021, Archives of Sexual Behavior) enquêteerde 100 detransitioners die via sociale media, mailinglijsten en een sneeuwbalsteekproef waren geworven; de steekproef hoeft niet representatief te zijn. De meest genoemde redenen: zich weer thuis voelen bij het geboortegeslacht (60 procent), zorgen over mogelijke medische complicaties (49 procent), een psychische gezondheid die tijdens de transitie niet verbeterde (42 procent), ontevredenheid over de lichamelijke resultaten (40 procent) en het inzicht dat de genderdysforie een specifieke oorzaak had (38 procent). Verder vond 55 procent dat zij vóór de transitie geen adequate beoordeling hadden gekregen (bron).
Vandenbussche (2022, Journal of Homosexuality) ondervroeg 237 detransitioners uit online detrans-gemeenschappen. Zij meldden belangrijke psychische behoeften rond genderdysforie, bijkomende aandoeningen, spijt en geïnternaliseerde homofobe en seksistische vooroordelen, en een groot gebrek aan steun, met veel negatieve ervaringen in de medische en psychische zorg en in de lhbt+-gemeenschap (bron).
De Cass Review schrijft dat het aandeel mensen dat spijt krijgt of detransitioneert moeilijk te bepalen is uit gegevens van genderklinieken alleen: wie detransitioneert keert mogelijk niet terug naar de kliniek, en volgens clinici duurt het 5 tot 10 jaar voor iemand detransitioneert, langer dan de follow-up van veel studies. Zij vermeldt Hall e.a. (2021): van 175 ontslagen patiënten van een Britse volwassenenkliniek voldeden 12 (6,9 procent) aan de definitie van detransitie (bron).
Kernpunten
Volgens de Cass Review is het aandeel dat detransitioneert moeilijk te bepalen uit klinische gegevens alleen, onder meer omdat wie detransitioneert niet naar de kliniek terugkeert.
De redenen zijn divers: in Littmans enquête noemden deelnemers onder meer terugkeer naar het geboortegeslacht, zorgen over complicaties, uitblijvende verbetering van de psychische gezondheid en het inzicht dat een specifieke oorzaak zoals trauma meespeelde.
Detransitioners noemen behoefte aan medische ondersteuning bij het stoppen met hormonen, bij complicaties en bij het terugdraaien van veranderingen.
Bronnen
Littman L. 2021, Individuals Treated for Gender Dysphoria with Medical and/or Surgical Transition Who Subsequently Detransitioned, Arch Sex Behav.
Vandenbussche E. 2022, Detransition-Related Needs and Support, J Homosex.
Hall R. e.a. 2021, Access to care and frequency of detransition among a cohort discharged by a UK national adult gender identity clinic: retrospective case-note review, BJPsych Open.
Cass H. 2024, Independent Review of Gender Identity Services (NHS England), passages over detransitie.