North Dakota bevestigt: verbod op transitiezorg voor minderjarigen houdt stand
Op 17 september 2026 deed het hoogste hof van de Amerikaanse staat North Dakota unaniem uitspraak in de zaak T.D. v. Wrigley: het verbod uit 2023 op puberteitsremmers, cross-sex hormonen en chirurgie voor minderjarigen met genderdysforie blijft staan. Het is de zoveelste rechterlijke bevestiging dat terughoudendheid bij jeugdtransitiezorg geen randstandpunt meer is — maar de uitspraak zegt minder over de medische feiten dan de kop doet vermoeden.
Wat er precies gebeurde
De "Health Care Law" van North Dakota verbiedt artsen om minderjarigen puberteitsremmers of cross-sex hormonen voor te schrijven met als doel het lichaam aan te passen aan een andere genderidentiteit. Chirurgische ingrepen zijn eveneens verboden. Providers die de wet overtreden riskeren strafrechtelijke vervolging, van overtreding tot misdrijf. De wet dateert uit 2023; sindsdien lag zij onder vuur bij de rechter.
De aanklacht: waarom een arts en drie gezinnen naar de rechter stapten
De zaak werd aangespannen door kinderarts-endocrinoloog dr. Luis Casas, samen met drie minderjarigen die zich als trans identificeren en hun ouders. Zij werden bijgestaan door Gender Justice en The Lawyering Project. Hun argument: de wet schendt het grondwettelijke recht op privémedische beslissingen en persoonlijke vrijheid dat de North Dakota-grondwet zou garanderen, en discrimineert bovendien op basis van gender-identiteit — een schending van gelijke behandeling. Dr. Casas verwoordde het na de uitspraak zo: "Deze uitspraak betekent dat de overheid nog altijd tussen mij en mijn patiënten staat."
Wat het hof besliste
Het North Dakota Supreme Court wees de klacht unaniem af. De redenering was procedureel-staatsrechtelijk, niet medisch-inhoudelijk: de wetgevende macht heeft haar bevoegdheid niet overschreden door de regulering van dit type medische behandeling aan zichzelf te houden, en het is niet aan de rechter om die keuze te corrigeren. Op het punt van gelijke behandeling oordeelde het hof dat transgender personen geen aparte, beschermde categorie vormen die recht geeft op verscherpte toetsing, en dat de wet niet naar geslacht discrimineert omdat zij voor jongens en meisjes gelijk geldt. Een meelezende opinie van het hof plaatste daar zelf een kanttekening bij: mogelijk kent de grondwet van North Dakota sowieso geen zelfstandige gelijke-behandelingsgarantie — een uitspraak die volgens Gender Justice "de deur opent naar uitsluiting door de overheid" op tal van andere terreinen.
Niet de eerste, niet de laatste
North Dakota staat niet alleen. Twee dagen eerder, op 15 september, bevestigde een federale rechter in Indiana in een aparte zaak het daar geldende verbod op puberteitsremmers, hormonen en chirurgie voor minderjarigen, na een klacht van de ACLU. Het zijn twee van inmiddels tientallen Amerikaanse rechtszaken waarin de vraag hetzelfde blijft: mag de wetgever hier grenzen aan stellen? Amerikaanse rechters beantwoorden die vraag steeds vaker met ja — maar doen dat op basis van staatsrecht en bevoegdheidsverdeling, niet op basis van een eigen weging van het medisch bewijs. Dat is een belangrijk verschil met de evidentie-gedreven heroverweging die in het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland plaatsvond via de Cass Review en vergelijkbare trajecten. Amerikaanse rechters trekken zich terug uit het medische debat zelf; zij laten de vraag aan de politiek. De uitkomst — meer terughoudendheid — is dezelfde, de weg ernaartoe is een andere.
Wat dit zegt — en wat niet
Het is verleidelijk om deze uitspraak te lezen als een medisch-inhoudelijk oordeel: de rechter zegt nee tegen transitiezorg, dus moet de zorg wel schadelijk zijn. Dat is een te grote sprong. Het hof heeft geen bewijs gewogen over puberteitsremmers, botdichtheid of psychische uitkomsten — het heeft alleen vastgesteld dat de deelstaat bevoegd is om die keuze zelf te maken. Wie hier een klinische conclusie uit trekt, doet precies wat critici van het "affirmatieve model" andere partijen verwijten: een politiek of juridisch feit voorstellen als een wetenschappelijk feit. De waarde van de uitspraak zit niet in nieuw bewijs, maar in wat zij laat zien over de verschuivende juridische ruimte: rechters die decennia lang meegingen in het idee dat terughoudendheid bij jeugdtransitiezorg neerkomt op discriminatie, wijzen die redenering nu in toenemend aantal af.
Wat dit betekent voor Nederlandse ouders
Deze uitspraak heeft geen directe juridische werking in Nederland. Maar het Amerikaanse rechtsdebat is relevant voor Nederlandse ouders om een andere reden: het laat zien dat "gender-affirming care nooit ter discussie stellen" internationaal geen vaststaand gegeven meer is, ook niet in landen die decennia lang de andere kant op wezen. Dat contrasteert scherp met de Nederlandse situatie, waar de Wet conversiehandelingen juist de andere kant op beweegt: zij maakt het aanvechten van een snelle affirmatieve diagnose risicovoller, niet minder. Ouders die zich oriënteren doen er goed aan beide bewegingen te kennen — niet om de Amerikaanse uitkomst te kopiëren, maar om te zien dat de vraag "hoe zeker moeten we zijn voordat we onomkeerbaar handelen" wereldwijd opnieuw wordt gesteld, in rechtszalen zowel als in medische richtlijnen.
Bronnen
North Dakota Supreme Court, uitspraak T.D. v. Wrigley (17 september 2026); persbericht Gender Justice; North Dakota Monitor, 17 september 2026.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat verbiedt de North Dakota-wet die nu is bevestigd?
De wet uit 2023 verbiedt artsen om minderjarigen puberteitsremmers, cross-sex hormonen of chirurgische ingrepen te geven met als doel het lichaam aan te passen aan een andere genderidentiteit. Overtredende zorgverleners riskeren strafvervolging, van overtreding tot misdrijf.
Wie daagde de wet uit en op welke grond?
Kinderarts-endocrinoloog dr. Luis Casas, samen met drie transgender minderjarigen en hun ouders, bijgestaan door Gender Justice en The Lawyering Project. Zij stelden dat de wet het grondwettelijke recht op privémedische beslissingen schond en discrimineerde op basis van genderidentiteit.
Zegt deze uitspraak iets over de medische veiligheid van transitiezorg?
Nee. Het North Dakota Supreme Court beoordeelde geen medisch bewijs; het besliste alleen dat de deelstaat bevoegd is om dit type behandeling zelf te reguleren. De uitspraak is staatsrechtelijk van aard, geen klinisch oordeel.