Wat is autogynefilie (AGP)?
Autogynefilie is een parafilie waarbij een man seksueel opgewonden raakt door de gedachte aan, of het idee zichzelf voor te stellen als, een vrouw. De term werd geïntroduceerd door seksuoloog Ray Blanchard in 1989.
Definitie
AGP is geen identiteit maar een seksuele oriëntatie naar het zelf als vrouw. Typische uitingen zijn opwinding bij cross-dressing, fantaseren over een vrouwelijk lichaam, gebruik van vrouwelijk ondergoed, en seksuele opwinding tijdens het overwegen of doorvoeren van transitie ('embodiment-fantasie'). AGP verklaart bij Blanchards typologie de groep laat-begonnen, biologisch heteroseksuele mannen die in volwassenheid transitie zoeken. Onderscheid: vroeg-begonnen, op mannen gerichte transvrouwen vertonen het patroon niet.
Geschiedenis en context
Blanchards typologie verdeelt mannelijke transseksuelen in twee groepen: homoseksueel (op mannen georiënteerd, vroeg begonnen, gedraagt zich vanaf jonge leeftijd feminien) en autogynefiel (op vrouwen, fetisjisme of zichzelf-als-vrouw, late onset). De typologie is onderbouwd in onderzoek van Lawrence, Bailey en Hsu. Anne Lawrence, zelf autogynefiel en transseksueel arts, heeft uitvoerig over de eigen ervaring geschreven. Sinds de jaren 2010 wordt het concept actief weggepoetst door activisten, hoewel klinisch en onderzoeksmatig onmiskenbaar.
Kritische analyse
Het ontkennen van AGP heeft directe klinische consequenties: laat-begonnen mannen worden via informed consent toegelaten tot hormonen en operaties zonder dat de seksuele motivatie wordt uitgevraagd. Bij dynamieken van seksueel functioneren onder oestrogeen verdwijnt de opwinding vaak, waarna de zelf-identificatie als vrouw blijft hangen, met grotere kans op spijt. Daarnaast is het verzwijgen van AGP relevant voor vrouwen-rechten: een aanzienlijk deel van de mannen die toegang vragen tot vrouwenruimtes vertoont parafiele motieven, niet een aangeboren identiteit.
Veelgestelde vragen
Nee. Blanchard onderscheidt twee groepen. AGP verklaart een deel; de andere groep is homoseksueel-georiënteerd en vroeg begonnen.
Onderzoekers als Bailey en Hsu publiceren erover, maar krijgen frequent campagnes tegen zich. De term zelf wordt door activisten als haatpraat geframed.
De spiegelvariant, autoandrofilie, is veel minder onderzocht en ogenschijnlijk veel zeldzamer.
Bronnen
- Blanchard R., 'The Concept of Autogynephilia and the Typology of Male Gender Dysphoria', Journal of Nervous and Mental Disease, 1989.
- Lawrence A.A., Men Trapped in Men's Bodies: Narratives of Autogynephilic Transsexualism, Springer, 2013.
- Bailey J.M., The Man Who Would Be Queen, National Academies Press, 2003.
- Hsu K.J., Bailey J.M., 'The "Boys" of Boyhood', Archives of Sexual Behavior, 2020.