Comorbiditeit

Autisme en gender — de oververtegenwoordiging

Autistische jongeren zijn 6 tot 26 keer vaker aanwezig in genderpoli's dan in de algemene bevolking. Die oververtegenwoordiging is geen toeval en heeft directe gevolgen voor hoe zorg eruit hoort te zien.

De cijfers

De Vries 2010 vond autisme bij circa 7,8 procent van kinderen op de Amsterdamse genderpoli. Warrier 2020 (Nature Communications) liet via een groot UK Biobank-cohort zien dat trans-identificerende personen aanzienlijk vaker autisme-kenmerken hebben.

Mogelijke verklaringen

Rigide denken, sensorische problemen met het eigen lichaam, sociale uitsluiting, intense interesses die kunnen vastlopen op identiteit. Autisme maakt het ook moeilijker om abstracte concepten als gender vloeibaar te houden.

Het risico

Affirmatieve zorg gaat te vaak voorbij aan autisme: de dysforie wordt aangenomen als primair, terwijl onderliggende sensorische en sociale problematiek de motor kan zijn.

Waarom maakt autisme behandelafwegingen anders?

Autistische adolescenten kunnen een hyperfocus ontwikkelen op een identiteit die hun verwarring lijkt te ordenen. Wat van buitenaf lijkt op een vaste innerlijke gender-overtuiging, kan van binnen een poging zijn om sensorische en sociale chaos hanteerbaar te maken. Een lichaam dat "verkeerd voelt" kan onderdeel zijn van algehele lichaamsdissociatie, niet specifiek van gender.

Van der Miesen 2018 (systematic review) bevestigde de associatie tussen autisme en genderdysforie over studies heen. Strang 2018 ontwikkelde guidelines voor zorg aan de doelgroep en pleitte voor langere diagnostiek voordat medische stappen worden gezet.

De Cass Review 2024 wees op het feit dat veel autistische jongeren in genderpoli's geen volledige autisme-evaluatie kregen voor er gestart werd met puberteitsremming of hormonen. Dat noemde Cass een ernstig gemis.

Goede zorg betekent: autisme grondig in kaart brengen, sensorische problematiek behandelen, sociale en seksuele ontwikkeling laten rijpen voordat permanente lichamelijke ingrepen op tafel komen.

Kernpunten

  • Autisme moet diagnostisch vooraan staan, niet als bijzaak.

  • Een lichaam dat overprikkelt is niet hetzelfde als een lichaam in het verkeerde geslacht.

  • Autistische jongeren hebben juist meer tijd nodig voor identiteitsexploratie, niet minder.

  • Hormonen en chirurgie veranderen lichaam en hersenen permanent; bij autisme weegt onomkeerbaarheid extra zwaar door beperkte aanpassingsmogelijkheden achteraf.

  • Ouders die autisme zien, mogen daar voet bij houden in gesprek met de zorgverlener.

Bronnen

  • De Vries A.L.C. e.a. 2010, Autism Spectrum Disorders in Gender Dysphoric Children and Adolescents, J Autism Dev Disord.

  • Warrier V. e.a. 2020, Elevated Rates of Autism among Transgender and Gender-Diverse Adults, Nature Communications.

  • Van der Miesen A.I.R. e.a. 2018, Autistic Symptoms in Children and Adolescents with Gender Dysphoria, J Autism Dev Disord.

  • Strang J.F. e.a. 2018, Initial Clinical Guidelines for Co-occurring Autism Spectrum Disorder and Gender Dysphoria, J Clin Child Adolesc Psychol.

  • Cass H. 2024, Independent Review of Gender Identity Services (NHS England), hoofdstukken over comorbiditeit.

Volledige bronnenlijst

Verder lezen

Ouder van een autistisch kind met dysforie?

Schrijf ons